|
Wat is castratie?
Castratie
is het verwijderen van de zaadballen of eierstokken. Castratie kan dus
zowel
bij mannetjesdieren als bij vrouwtjesdieren plaatsvinden. Het
verwijderen van
de eierstokken noemen we ook wel ovariëctomie.
Meer
informatie over castratie
bij de teef vindt u op onze website onder
sterilisatie teef
Is sterilisatie hetzelfde als
castratie?
Sterilisatie
is het onvruchtbaar maken van een dier. Dit kan door middel van een
castratie,
maar ook op andere manieren. Bijvoorbeeld door het onderbreken van de
zaadleiders (vasectomie) of eileiders. De zaadballen of eierstokken
worden
hierbij niet verwijderd, maar blijven gewoon zitten. Castratie en
sterilisatie
zijn dus niet hetzelfde.
Wel
kan
sterilisatie, net als castratie, zowel bij mannetjesdieren als bij
vrouwtjesdieren plaatsvinden.
Het
onderbreken van de zaad- of eileiders heeft uitsluitend gevolgen voor
de
voortplanting: Dieren die deze ingreep ondergaan kunnen geen nageslacht
meer
voortbrengen. De gevolgen van een castratie zijn ingrijpender. Dat komt
doordat
de productie van geslachtshormonen door het verwijderen van de
zaadballen of
eierstokken bijna geheel wegvalt. Dit heeft niet alleen gevolgen voor
de
voortplanting, maar ook voor het gedrag van het dier. Een sterilisatie
bij
mannetjes dieren doen we niet omdat juist
het
teveel aan mannelijk hormoon voor de problemen zorgt.
Waarom worden dieren gecastreerd?
Sommige
dieren worden om medische redenen gecastreerd.
Het
castreren van een reu is niet noodzakelijk vanuit een preventief
medisch
oogpunt. Dit wordt bij de teef wel gedaan ter voorkoming van
baarmoederontsteking, melkkliertumoren en o.a. suikerziekte wat kan
ontstaan
ten gevolg van de loopsheden.
Wanneer
een reu teveel mannelijk geslachtshormoon (testosteron) heeft maar het
niet
wenselijk is dan kunnen we hem castreren.
Maar
steeds vaker kiezen eigenaren er voor hun dier te laten castreren om
dracht of
ongewenst gedrag tegen te gaan, of om praktische problemen met
betrekking tot
het houden van hun dier te voorkomen.
Vaak
zien
we reuen die overmatig geïnteresseerd zijn in teven, zelfs
weglopen wanneer er
een loopse teef in de buurt is. Helemaal ontregeld en ontredderd houden
ze
bivak bij de voordeur om iedere mogelijkheid aan te grijpen om naar de
teef te
kunnen.
Reuen die
overal tegen aan plassen om hun territorium te markeren, gefrustreerd
raken van
andere reuen die dat zelfde doen, overmatig zelfverzekerd gedrag
vertonen zijn
redenen om uw hond te castreren. Hij heeft totaal geen plezier van die
overmaat
aan testosteron.
Ongecastreerde
reuen hebben ook vaak een voorhuidontsteking ten gevolg van het steeds
plassen.
Ze schachten bij het plassen steeds in en uit en dat geeft een
bacteriële
infectie. Spoelen
helpt soms maar we zien vaak dat deze kwaal verdwijnt na het castreren.
Chemische castratie
Naast
de
operatie zijn er nog 2 mogelijkheden om het gedrag wat veroorzaakt
wordt door
te veel testosteron in te dammen. Tardak en Suprelorin.
Tardak
is een injectievloeistof en heeft een sterk anti-androgene werking
(anti
mannelijk); het bezit een omkeerbare werking op het seksueel gedrag en
op het
sperma. De omkeerbare werking op de sperma duurt 3-4 weken en is
indirect
merkbaar door een vermindering van de libido en een verkleining van het
volume
van het ejaculaat. 8 weken na de behandeling van het mannelijk dier is
hij weer
instaat tot voortplanten.
Suprelorin
wordt gebruikt om
gezonde, niet-gecastreerde, geslachtsrijpe reuen tijdelijk onvruchtbaar
te maken.
Het implantaat wordt onderhuids ingebracht onder de losse huid van de
rug.
Onvruchtbaarheid wordt bereikt vanaf zes weken tot ten minste zes
maanden na de
eerste behandeling, waarna de hond zo nodig een nieuw implantaat kan
krijgen,
dat onmiddellijk werkzaam is tot ongeveer zes maanden na de implantatie.
De werking van het implantaat is
afhankelijk van het lichaamsgewicht van het dier.
Hoe kleiner het dier, des te langer
werkzaam. De implantaat werkt bij een fret ongeveer 2 jaar in vergelijk
met een
hond van 35kg gemiddeld 6 maanden.
Overleg
Een
castratie voor de hond plannen
we niet zonder overleg met de dierenarts in.
Bij flink zelfverzekerd en
ongehoorzaam gedrag van de hond richting de eigenaar is een castratie
niet
altijd de eerste stap die genomen moet worden.
Vaak is het dan veel belangrijker
om samen met de hond bij een gedragstherapeut te rade te gaan.
Zij kan u helpen met het rangorde
probleem waarna de castratie soms niet meer nodig is.
In andere gevallen blijkt het alsnog
noodzakelijk om de hond te castreren maar dan is er wel van te voren
goed
uitgezocht wat het probleem is.
|