Door: Hanneke Moorman-Roest
Het virus
Het hondenziektevirus behoort tot de paramyxovirussen. Fretten zijn
zeer gevoelig
voor het virus en de ziekte verloopt vrijwel altijd fataal. Niet geente
fretten gaan vrijwel allemaal dood hieraan.
Een mildere vorm kan voorkomen ten gevolge van het gebruik van
verkeerde entstoffen.
De infectie kan tot stand komen via de lucht en via direct of indirect
contact met besmette dieren. De incubatietijd ( tijd tussen besmetting
en het ziek worden
van het dier) bedraagt 7 - 10 dagen.
Het ziektebeeld
De ziekte begint meestal met slecht eten, koorts (tot 40.5 graden)
en een
ontsteking van de ogen en de neus. Het fretje kan hierdoor
gaan tranen, niezen en hoesten. Het ziektebeeld lijkt in dit stadium
heel erg op een gewone griep. Na 10- 15 dagen ontwikkelt zich een
huidontsteking
onder de kin, aan de lippen, rond de anus en in de liezen. Hierdoor
ontstaat jeuk.
Een opvallend kenmerk is de soms aanwezige eeltvorming aan de
voetzooltjes.
De luchtwegen zijn het favoriete orgaansysteem voor vermeerdering van
het virus.
Het gevolg is het ontstaan van klachten varienrend van een ontsteking
in de neus
tot een ernstige longontsteking. Door onderdrukking van het
immuunsysteem ontstaan
secundaire bacteriele infecties of infecties in de darmen met
bijvoorbeeld
coccidiose. In dit stadium kan er veel pus uit de neus worden geniest.
Veel
fretjes ontwikkelen tevens diarree.
Ook het zenuwstelsel kan uiteindelijk worden aangetast wat resuleert in
neurologische
symptomen, zoals excitatie, overmatig speekselen, draainek,
coordinatiestoornissen, spiertrillingen en toevallen.
Afhankelijk van de virusstam, leeftijd en gezondheidsstatus van het
dier, sterft
een fretje volgens de literatuur 2 - 35 dagen na de eerste
ziekteverschijnselen.
In de praktijk blijkt het toch iets langer te duren.
De diagnose
Bij het levende dier is de diagnose lastig vast te stellen, maar bij
sectie is de ziekte met 100% zekerheid aan te tonen door de patholoog.
De behandeling
De meeste dieren sterven na een infectie. behandeling geeft meestal
slechts een tijdelijk resultaat. De secundaire bacteriele infectie kan
met antibiotica worden
tegengegaan en ook de coccidiose kan bestreden worden. Het virus zelf
is echter niet aan te pakken.
Voorkomen is belangrijk
Entstoffen op basis van hondvellijnen zijn gevaarlijk voor de fret,
omdat
deze entstoffen de ziekte kunnen veroorzaken bij het dier. Vaccins op
basis
van kippen- embryocelcultures zijn wel veilig en geven een goede afweer
(bijv. Nobivac Puppy DP).
Jonge fretten worden geent op 9 en 14 weken leeftijd. Daarna
jaarlijks.
Fretten ouder dan 3 maanden worden tweemaal geent met 3 weken
tussentijd.
Drachtige dieren kunnen zonder risico's voor de pups geent worden. De
pups zijn daarna tijdelijk gedurende ongeveer 6- 12 weken na de
geboorte
beschermd.
terug
|