|
|
|
 |
De ontworming van zowel pups, maar
ook van oudere dieren is
van belang. Wanneer een dier besmet is met wormen gaat dit niet alleen
ten koste van de eigen conditie en gezondheid, maar vormt het dier door
het uitscheiden van wormeitjes met de ontlasting, een besmettingsbron
voor andere dieren en zelfs voor mensen.
Vooral de zogenaamde spoelworm kan bij jonge dieren voor diarree en
groeiachterstand zorgen. De eitjes, die uitgescheiden worden met de
ontlasting, kunnen ook mensen (kinderen) besmetten en daar
ziektesymptomen zoals koorts en lusteloosheid geven. De worminfectie
kan echter niet op de mens overgedragen worden.
|
| De lintworm, waarvan de segmenten
soms zichtbaar zijn als
witte
rijstkorrelachtige structuren in de ontlasting, wordt overgebracht door
vlooien, die het dier bij het likken of bijten in zijn vacht
opneemt. Een goede wormbestrijding betekent dus ook een goede
vlooienbestrijding.
Jonge dieren moeten zeer frequent worden ontwormd (vraag het schema aan
de behandelende dierenarts). Bij dieren ouder dan 1 jaar is het
officiële advies om 4x per jaar te ontwormen. Tenzij er in de
ontlasting of
eventueel braaksel
wormen gevonden worden. Dan is het belangrijk meteen te ontwormen en de
ontworming na een 14 dagen te herhalen. |
 |
|
|
|
|
|
|
|