Dierenkliniek de Haardstede
Haardstedelaan 7
1271 NK Huizen
Tel: 035-5251512

Giardia

Giardia is een parasiet (een zogenaamde flagellaat) die in de darmen voorkomt. Giardia (uit de groep Giardia duodenalis, synoniem G. lamblia) komen wereldwijd bij vele diersoorten voor, onder andere bij honden, katten en de mens. Giardia is, naast de spoelwormen, de meest voorkomende maagdarmparasiet bij honden. De parasiet komt bij ongeveer 10% van de volwassen honden voor. Bij dieren die in een kennel zitten zijn soms alle dieren besmet met de parasiet.

De parasiet Giardia

Giardia duodenalis komt voor in twee verschillende vormen.

  1. Het parasietenstadium in de dunne darm. Deze vorm van de parasiet wordt trofozoiet genoemd en is een 10-20 µm lang zweepdiertje met acht flagellen (een soort tentakeltjes/haartjes), peervormig. Deze vorm wordt maar zelden gevonden in de ontlasting. Vermeerdering vindt plaats door tweedeling van de parasiet en kan daarmee een explosieve omvang bereiken. In de dunne darm kan daarnaast uit elke trofozoiet een cyste ontstaan.
  2. Deze zeer infectieuze cyste is 8-14 µm lang, ovaal en bevat in uitgerijpte toestand vier celkernen. Dit is de vorm die het meeste in de ontlasting kan worden aangetoond. Na uitscheiding via de ontlasting is de cyste onder koele en vochtige omstandigheden verscheidene weken tot maanden besmettelijk.

Giardia-infecties worden meestal overgebracht via besmet voer of water, via de zognaamde faecaal (=ontlasting) orale (= via de mond) route. In het geval van honden vaak door het in contact komen met de ontlasting van een besmette hond.

Slechts 10 cysten zijn voldoende voor het aanslaan van een infectie, terwijl een geïnfecteerde hond zo’n 100.000 cysten per gram ontlasting kan uitscheiden. De eerste verschijnselen na het binnen krijgen van de cysten kunnen na 5 tot 16 dagen gezien worden. De uitscheiding van cysten begint circa 7 dagen na de besmetting en vindt met tussenpozen plaats durende een periode van 4-5 weken. Deze periode wordt langer, en kan oplopen tot maanden, als de hond of kat opnieuw besmettelijke cysten uit de omgeving opneemt.

Ziekteverschijnselen

Giardia-infecties verlopen vaak zonder verschijnselen. Ziekte zien we vooral bij jonge dieren, maar ook volwassen dieren kunnen toch ziek worden. Er is vaak sprake van chronische, recidiverende diarree, waarbij de ontlasting vaak slijmerig en stinkend is en een brijachtige consistentie heeft. Daarnaast kan er sprake zijn van slechte voedselverwerking (malabsorptie), gewichtsverlies en verminderde vitaliteit. De eetlust blijft echter bijna altijd behouden. Volwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel periodiek cysten uit en kunnen hierdoor andere dieren besmetten.

Diagnose

Het is niet altijd eenvoudig om de diagnose te stellen aangezien een geïnfecteerd dier niet continu cysten uitscheidt. De kans op het vinden van cysten wordt dan ook groter als er op diverse tijdstippen ontlasting monsters worden verzameld en onderzocht. Vroeger werd de diagnose gesteld door het onderzoek van ontlasting van 3 opeenvolgende dagen. De diagnose kan worden bevestigd door het aantonen van trofozoieten of cysten in de feces.

Tegenwoordig is er ook een nieuwe test waar maar een klein beetje ontlasting nodig voor is en die in de praktijk uitgevoerd kan worden. Met deze test wordt gekeken of er kleine stukjes van de parasiet aanwezig zijn (zogenaamde antigenen). Dit worden snap testen genoemd.

Behandeling

De behandeling van Giardia bij honden bestaat uit een 3 tot 5 daagse kuur met Panacur® (fenbendazol). Soms is een behandeling met alleen panacur onvoldoende en moet er nog na behandeld worden met een andere medicatie (metronidazol).

Omdat de parasiet de darm wat beschadigd is het verstandig om ook tijdelijk wat licht verteerbaar eten te geven. Bij de dierenarts hebben we speciaal voer voor dieren met maagdarmproblemen (zoals i/d voeding van Hills), maar u kunt ook voor een aantal dagen kip met rijst geven.

Let op: Als er in de omgeving cysten zijn, kan een dier zie herbesmetten. Daarom is het heel belangrijk om een hond ook te wassen als ze behandeld worden (dan vooral de achterhand en de poten). Daarnaast moeten de plekken waar een hond ligt ook schoongemaakt worden (mand, vloer enz.).
Bij een besmetting in een kennel moeten de kennels ook goed gereinigd worden.

In situaties met een zware besmetting, bij name met jonge dieren, kan een behandeling onvoldoende zijn en als de klachten niet over gaan is het daarom verstandig om de ontlasting nogmaals te laten onderzoeken (er kan daarnaast natuurlijk ook weer sprake zijn van een herbesmetting).

Soms zien we bij jonge dieren dus terugkerende problemen en besmettingen. Meestal verdwijnen de klachten als een hond volgroeid is en zijn immuunsysteem goed ontwikkeld is.

Besmettingsgevaar voor de mens

Giardia is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkend als een ziekte die van dier op mens over kan gaan (zoönose). Giardia-cysten kunnen door vliegen op het voedsel overgebracht worden. Vooral kinderen zijn gevoelig voor Giardia. De symptomen van giardiase bij kinderen zijn diarree, een slechte voedingstoestand en groeistoornissen. In de westelijke, geïndustrialiseerde landen is Giardia bij mensen zelfs de meest voorkomende darmparasiet!

Categories: De pup, Hond

Comments are closed.